Wat willen we met de gebiedsagenda bereiken?

Kort samengevat is de gebiedsagenda gericht op een veilig, vitaal en veerkrachtig IJsselmeergebied, met omgevingskwaliteit, te realiseren door integraliteit van beleid en de uitvoering van projecten en door een goede invulling van de governanceGovernance is het geheel van samenwerkingen op politiek, bestuurlijk, juridisch, sociaal en organisatorisch gebied, met behoud van ieders specifieke verantwoordelijkheden.

Voor de Agenda IJsselmeergebied 2050 zien we drie belangrijke componenten:

  1. Een gezamenlijk richtinggevend perspectief voor het IJsselmeergebied, dat integraal en gebiedsdekkend is.
  2. Een dynamische kennis- en innovatieagenda.
  3. Een uitvoeringsagenda voor maatregelen en projecten in het IJsselmeergebied.

Draagvlak, inspiratie en integratie

De gebiedsagenda moet daadwerkelijk doorwerking krijgen. Dit gebeurt wanneer er draagvlak voor de agenda is, wanneer de agenda inspireert en wanneer het werken aan de agenda de relaties tussen partijen versterkt. De gebiedsagenda levert input voor zowel de Nationale Omgevingsvisie en de Nationale Omgevingsagenda, als voor de omgevingsvisies van de provincies in het IJsselmeergebied. Daarnaast bevordert de gebiedsagenda een integrale uitvoering van geplande projecten.

Verbinding

De shareholders werken samen aan een inhoudelijk overtuigend en aantrekkelijke vormgegeven product. De gebiedsagenda verbindt:

  • kennis, beleid, uitvoering en beheer;
  • overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties;
  • maatschappelijke opgaven en gebiedsambities;
  • deelgebieden, die samenhang hebben.

De meren van het IJsselmeergebied spelen een verbindende rol. Vanuit deze meren wordt de relatie gelegd met de ontwikkelingen in het daaromheen liggende land en vice versa. Per opgave of thema wordt de logische gebiedsafbakening bepaald. Soms kan het gebied beperkt worden tot de meren zelf (inclusief de oeverzone) en soms bestrijkt het ook een deel van het omliggende land (bijvoorbeeld bij zoetwatervoorziening).

De gebiedsagenda moet helderheid geven en processen versnellen. In de gebiedsagenda worden daarom eerder gevoerde discussies niet over gedaan en worden genomen besluiten gerespecteerd (bijvoorbeeld over het Deltaprogramma, Structuurvisie Wind op Land en Rijk-regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer). Er worden daarnaast verbindingen gelegd met lopende (of binnenkort te starten) processen. De gebiedsagenda breekt daar niet op in en zal de resultaten daarvan benutten. Een voorbeeld hiervan is de energiedialoog. Uit het onderling verbinden van sectorale opgaven en redenerend vanuit een lange termijn perspectief (2050) kunnen nieuwe inzichten en nieuwe oplossingen ontstaan die waardevol zijn voor de lopende processen. Moeilijk verlopende processen kunnen er voordeel bij hebben als de problematiek in een breder kader wordt geplaatst of verbonden wordt met andere opgaven of ambities. De  gebiedsagenda en de lopende processen kunnen zo wederzijds meerwaarde bieden.

Vertrekpunten

  • De gebiedsagenda heeft een langetermijn perspectief 2050, start vanuit de opgaven en lopende projecten en vertaalt deze terug naar een integrale visie en ambitie, een kennis- en innovatieagenda en een uitvoeringsagenda.
  • De gebiedsagenda verbindt over grenzen heen (gebieden en sectoren).
  • De gebiedsagenda levert input voor de Nationale Omgevingsvisie, de Nationale Omgevingsagenda en de omgevingsvisies van de provincies en gemeenten en de waterbeheerplannen van de waterschappen in het IJsselmeergebied.
  • Niet iedereen hoeft overal aan mee te doen. Je doet mee aan die onderdelen waar je inhoudelijke ambities liggen.
  • Deelnemers zijn shareholders: ze pakken verantwoordelijkheid voor het proces, kijken breed en stappen over hun eigen schaduw heen.
  • De Rijksoverheid is één van de partners in beleid en uitvoering naast anderen en medefacilitator van het proces. We streven ernaar een netwerkorganisatie te vormen.
  • De overheden zijn niet de enige partijen die actief zijn in het proces. Het initiatief ligt ook bij maatschappelijke partijen, bedrijven en burgers.
  • Het proces vertrekt vanuit de basiswaarden ‘brede blik’, ‘maatwerk’ en ‘samenwerken’.
  • Bestaande kennis wordt benut en er wordt zoveel mogelijk vanuit een gedeelde kennisbasis gewerkt.
  • We stellen eerder genomen besluiten en internationale verplichtingen niet ter discussie en respecteren lopende (wettelijke) processen.