Waterveiligheid en watervoorziening

Betekenis van IJsselmeer voor veiligheid en watervoorziening

Het IJsselmeergebied is het grootste merengebied van Noordwest-Europa en heeft een wateroppervlak van 2000 km2. Het merengebied bestaat uit drie compartimenten die door dijken van elkaar zijn gescheiden: het IJsselmeer (inclusief Ketelmeer, Zwarte Meer en Vossemeer), het Markermeer (met daarmee verbonden het Eemmeer en het Gooimeer) en de Veluwerandmeren. De Afsluitdijk vormt de grens met de Waddenzee.

Overzicht van het IJsselmeergebied

Overzicht van het IJsselmeergebied

De meren van het IJsselmeergebied vervullen een belangrijke rol in zowel de afwatering als de watervoorziening van een groot gebied. Het gebied dat afwatert op het IJsselmeer is ca. 20.000 km2 groot. Het ligt grotendeels in Nederland, maar deels ook in Duitsland. De watervoorziening vanuit het IJsselmeer en Markermeer is van belang voor ruim 30% van Nederland. Het gaat om 13.000 km2, gelegen in de noordelijke helft van het land. Het water wordt onder andere gebruikt voor de landbouw, voor het peilbeheer en de doorspoeling van de regionale watersystemen en als proceswater. Daarnaast wordt uit het IJsselmeer drinkwater gewonnen voor ruim een miljoen mensen. De hoeveelheid water die daarvoor gebruikt wordt, is maar een klein deel van de totale onttrekking aan het IJsselmeer. Het gaat echter om een essentiële functie, die hoge eisen stelt aan de waterkwaliteit en de leveringszekerheid.

De Afsluitdijk heeft de veiligheid in de gebieden rond de voormalige Zuiderzee sterk vergroot. Ook nu kunnen echter nog hoge waterstanden optreden. De dijken rond de meren zijn daarom van essentieel belang voor de veiligheid van de laaggelegen gebieden daarachter.

Waterpeilbeheer

De meren worden met water gevoed door de IJssel (die goed is voor 70% van de aanvoer) en door waterafvoer uit de omgeving. Het overschot aan water wordt via spuisluizen in de Afsluitdijk afgevoerd naar de Waddenzee.

Voor zowel de watervoorziening als de waterveiligheid is het peilbeheer een belangrijke factor. Voor elk van de drie compartimenten van het IJsselmeergebied zijn streefpeilen vastgelegd. Voor het IJsselmeer en het Markermeer zijn de streefpeilen gelijk. De Veluwerandmeren hebben een iets hoger streefpeil, waardoor de afvoer van water naar het Markermeer beter verloopt.

Tabel van streefwaarden voor waterpeil voor de drie compartimenten van het IJsselmeergebied

Streefwaarden voor waterpeil voor de drie compartimenten van het IJsselmeergebied

In alle meren is het streefpeil voor de zomer hoger dan voor de winter. Het lagere streefpeil voor de winter maakt waterafvoer uit de regio eenvoudiger en is van belang voor de waterveiligheid. Het hogere streefpeil in de zomer maakt wateraanvoer naar de regio mogelijk. In de praktijk kunnen de waterstanden sterk afwijken van de streefpeilen. Hoge waterstanden komen voor in perioden met grote wateraanvoer en/of beperkte mogelijkheden om te spuien. Onderstaande afbeelding geeft voor het IJsselmeer, naast het streefpeil, voor iedere dag van het jaar de gemiddelde, de hoogste en de laagste gemeten waterstand weer.

Grafiek van gemeten waterstanden in het IJsselmeer

Gemeten waterstanden in het IJsselmeer: minimum, maximum en gemiddelde waterstand per datum in de periode 1976 t/m 2012. De waarden zijn de gewogen gemiddelden van vier meetpalen, verspreid over het meer.

Opgave: garanderen van waterveiligheid en watervoorziening

De belangrijkste opgave op het gebied van waterveiligheid en watervoorziening is het blijvend garanderen van de waterveiligheid en de watervoorziening, bij verandering van het klimaat. Concreet gaat het daarbij om:

  • zorgen voor voldoende waterafvoermogelijkheden naar de Waddenzee bij stijgende zeespiegel en toenemende piekafvoeren van de IJssel;
  • zorgen voor voldoende waterbeschikbaarheid bij toenemende droogtes en afnemende wateraanvoer door de IJssel in de zomer;
  • zorgen voor aanpassing van de dijken aan nieuwe inzichten.

Nationaal Waterplan

Het beleid voor waterveiligheid en watervoorziening is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021.

Waterafvoer

Het gemiddelde winterpeil in het IJsselmeer stijgt in ieder geval tot 2050 niet mee met de zeespiegel. Waterafvoer naar de Waddenzee wordt veiliggesteld door middel van een combinatie van spuien en pompen. Voor de periode na 2050 wordt beperkt meestijgen van het winterpeil met de zeespiegel als optie opengehouden. Het gaat daarbij om maximaal 30 cm. In de andere meren in het IJsselmeergebied blijft het gemiddelde winterpeil na 2050 gehandhaafd.

Waterbeschikbaarheid

De strategische zoetwaterfunctie van het IJsselmeer-gebied wordt versterkt door flexibeler peilbeheer in het IJsselmeer en het Markermeer-IJmeer en de Zuidelijke Randmeren die daarmee in open verbinding staan (Gooimeer, Eemmeer en Nijkerkernauw). Met flexibel peilbeheer wordt een buffervoorraad zoetwater gecreëerd. Daarmee kan ook in perioden dat de wateraanvoer kleiner is dan de watervraag aan de behoefte worden voldaan. Tegelijk met de vergroting van de waterbeschikbaarheid wordt gewerkt aan efficiënter gebruik van het water.

Na de eerste stap in de flexibilisering van het peilbeheer is de buffervoorraad 20 cm waterschijf, wat overeenkomt met 400 miljoen m3 . Als het verschil tussen vraag en aanbod zou toenemen kunnen verdere stappen in de flexibilisering gemaakt worden. Naar verwachting is dit niet voor 2050 aan de orde.

Waterveiligheid

Er is een nieuwe benadering van de waterveiligheid uitgewerkt, die is gebaseerd op een risicobenadering. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de kans op een overstroming, maar ook naar de gevolgen van een dijkdoorbraak op een specifieke locatie. Elk dijktraject krijgt een passend beschermingsniveau, dat wordt vastgelegd in de Waterwet. De nieuwe normen worden waarschijnlijk per 1 januari 2017 van kracht. Het is vervolgens de bedoeling dat de dijken uiterlijk 2050 daadwerkelijk aan de nieuwe normen voldoen. Voor veel dijken in het IJsselmeergebied betekent dit een extra versterkingsopgave. Bij het realiseren van het gekozen beschermingsniveau blijft preventie van overstromingen voorop staan: dijkversterking dus. Hierbij wordt intensief gezocht naar mogelijkheden voor synergie met ruimtelijk-economische opgaven, natuurontwikkeling, zoetwatermaatregelen en cultureel erfgoed.

Samenhang met andere functies van het IJsselmeer

  • Aanpassingen in het peilbeheer (zowel stijging van het gemiddeld winterpeil als flexibilisering van het zomerpeil) kunnen van invloed zijn op de natuur van oevergebieden en ondiep water en op recreatievoorzieningen als strandjes en aanlegplaatsen. Bij de tot 2050 gemaakte keuzes zullen de effecten echter heel beperkt zijn.
  • Peilverhoging kan leiden tot versterkte erosie van onbeschermde buitendijkse gebieden. In het flexibel peilbeheer komen periodes met een beperkte verhoging van het voorjaars- en zomerpeil. Er kan niet volledig worden uitgesloten dat op gevoelige plaatsen hierdoor enige toename van erosie optreedt.
  • De grootschalige dijkversterkingsprojecten bieden in principe mogelijkheden om andere wensen en ambities aan te laten sluiten en zo tot meer integrale inrichtingsprojecten van de oeverzone te komen.

Projecten voor waterveiligheid en watervoorziening

  • Hoogwaterbeschermingsprogramma: Het hoogwaterbeschermingsprogramma zorgt voor de versterking van dijken die zijn afgekeurd. In het IJsselmeergebied zijn dat nu o.m. de Houtribdijk en de Noord-Hollandse Markermeerdijken. Als vanaf 2017 volgens de nieuwe normen wordt getoetst, zullen er meer dijken worden afgekeurd. Het is de bedoeling dat in 2050 alle dijken aan de nieuwe normen voldoen.
  • Afsluitdijk: Het project Afsluitdijk zorgt voor versterking van de dijk, renovatie van de kunstwerken daarin en voor het bouwen van pompen in het spuicomplex bij Den Oever.
  • Peilbesluit: Het project bereidt een nieuw peilbesluit voor, dat flexibel peilbeheer mogelijk maakt. Het zusterproject operationalisering flexibel peilbeheer ontwikkelt concrete criteria voor de uitvoering van het flexibel peilbeheer.
  • Friese Kust: Het project Friese Kust moet voorkomen dat flexibel peilbeheer leidt tot meer erosie van de buitendijkse natuurgebieden in Friesland.
  • Waterveiligheid en peilbeheer: De integrale studie waterveiligheid en peilbeheer onderzoekt de interactie tussen de waterafvoercapaciteit, peilbeheer en de benodigde sterkte van dijken, als voorbereiding op de beleidskeuzes die voor de periode na 2050 gemaakt moeten worden.

Literatuur