Waterkwaliteit

Betekenis van het IJsselmeer voor gesteldheid van het water

De afsluiting van de Zuiderzee met de Afsluitdijk, de aanleg van de Houtribdijk en de inpolderingen hebben een behoorlijke impact gehad op de waterhuishouding, de waterkwaliteit en de ecologie in het IJsselmeergebied. Van een zoute Zuiderzee is het water veranderd in een groot zoetwatergebied met verschillende functionaliteiten. 

De kwaliteit van het water in het IJsselmeergebied is van groot belang voor een schone en gezonde leefomgeving. Het water wordt gebruikt voor drinkwater, landbouw, koelwater en diverse takken van water- en oeverrecreatie. De vis in het gebied is van belang voor zowel de sportvisserij als de beroepsvisserij. Het water van het IJsselmeergebied wordt ook gebruikt voor de watervoorziening van een groot deel van de omliggende gebieden. Vooral in droge periodes in de zomer wordt water ingelaten voor peilbeheersing, landbouw, verbetering van de waterkwaliteit, voor doorspoeling om algenbloei tegen te gaan en om het zout in het Noordzeekanaal zoveel mogelijk terug te dringen. Daarnaast heeft het IJsselmeergebied een belangrijke natuurfunctie. Het gebied is onder meer een schakel in de vogeltrekroutes tussen Siberië en Afrika. Vogels foerageren, rusten en ruien in het gebied en broeden er ook. 

Al deze functionaliteiten zijn gebaat bij een gezond watersysteem, dat rijk is aan bodem- en waterleven (waterplanten, vissen en bodemfauna) en waarvan de waterkwaliteit voldoende schoon is.

Zorg voor goede ecologische en chemische waterkwaliteit

De Europese Kaderrichtlijn Water is leidend voor het realiseren van een goede ecologische en chemische toestand van het IJsselmeergebied. Omdat herstel van de oorspronkelijke (zoute) situatie ongewenst is, zijn de ecologische doelen gerelateerd aan de huidige situatie: zoete,  gebufferde meren. Het IJsselmeergebied is voor waterkwaliteit opgedeeld in zes waterlichamen: IJsselmeer, Ketelmeer-Vossemeer, Randmeren-oost en -zuid, Markermeer en het Zwarte Water. De chemische waterkwaliteit van het IJsselmeergebied staat onder invloed van doorbelasting van de Rijn, dat via de IJssel en het Ketelmeer-Vossemeer in het IJsselmeer terecht komt. De Vecht watert via het Zwarte Meer rechtstreeks af op het IJsselmeer. Het overtollige water uit het Markermeer en de Randmeren-oost en-zuid wordt op het IJsselmeer gespuid.

Ecologische kwaliteit

De ecologische waterkwaliteit is ten opzichte van 2009 licht verbeterd. De biologische kwaliteitselementen scoren in de meeste waterlichamen matig tot goed. In het IJsselmeer en Markermeer treden nog enkele knelpunten op voor fytoplankton. Macrofauna scoort over het algemeen nog matig. Op grond van de Kaderrichtlijn Water (KRW)-doelen is de visstand in de waterlichamen – met uitzondering van het IJsselmeer – goed. Vanuit het gezichtspunt van de visserij en de draagkracht van het gebied voor visetende watervogels is dit echter niet het geval (zie ook de basisinformatie over Natuur en over Visserij).

De gehalten aan nutriënten laten een gestage verbetering zien als gevolg van de jarenlange inspanning om emissies te verminderen. Maar in vrijwel alle waterlichamen komen nog lichte overschrijdingen voor. Opvallend is de verhoogde zuurgraad in bepaalde periodes van het jaar - met name in de zomer - in het IJsselmeer, Markermeer en de Randmeren-zuid. Het doorzicht in het Markermeer scoort slecht ten gevolge van de slibproblematiek. De bodem van het Markermeer bestaat voor het grootste deel uit klei en zware zavel. Wind veroorzaakt golven en stroming die het bodemslib continu opwervelen en het water troebel maken.

Chemische kwaliteit

Chemisch voldoet het IJsselmeergebied in 2015 nog niet overal aan de goede toestand van de KRW. In een aantal waterlichamen overschrijden nikkel, kwik, tributyltin en Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s) de KRW-eisen. Gemiddeld voldoet echter 98% van de prioritaire stoffen aan de kwaliteitseisen. Kwik, tributyltin en PAK’s behoren tot de stoffen waarvoor reeds uitvoerig maatregelen zijn getroffen om de emissies te beperken of te beëindigen. Door het persistente karakter van deze stoffen blijven ze echter nog lang in het milieu aanwezig.

Van de biologie ondersteunende stoffen (specifieke verontreinigende stoffen) voldoet gemiddeld 92% aan de norm. Overschrijdingen vinden plaats van benzo(a)anthraceen, barium (Ketelmeer), kobalt, zink, seleen en uranium. Naar de betekenis van de overschrijding en de achtergrondconcentratie van barium, seleen en uranium loopt een landelijk onderzoek. In de Randmeren-zuid en het Zwarte Meer komt regelmatig overschrijding van ammonium voor.

Tabel met de beoordeling van de ecologische en chemische waterkwaliteit in het IJsselmeergebied in 2015

Opgave voor waterkwaliteit

De opgave voor de waterkwaliteit van het IJsselmeergebied bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Het verbeteren van de vispasseerbaarheid van kunstwerken, toepassen van duurzame visserij en het verbeteren van paai- en opgroeigebieden voor vissen.
  • De aanpak van de slibproblematiek in het Markermeer, waardoor een robuuster ecosysteem ontstaat.
  • Het aanleggen en onderhouden van overgangen van land naar water ten behoeve van de KRW- en Natura 2000 opgaven.
  • Het terugdringen van nutriëntenbelasting om de goede toestand te bereiken voor bepaalde planten, vissen en andere diersoorten. 
  • Het terugdringen van vervuilende stoffen.
  • Het beschermen van de drinkwaterzone.

Beleid voor waterkwaliteit

Het beleid voor waterkwaliteit is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021. De uitvoering van maatregelen voor het IJsselmeergebied is toegelicht in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de rijkswateren (2016-2021).

Verbeteren van het ecosysteem voor vissen en andere doelsoorten

In het IJsselmeer is de aanvoer van nutriënten naar het watersysteem afgenomen. Dat is goed voor de kwaliteit maar leidt tot een lagere draagkracht van het ecosysteem voor bepaalde doelsoorten. Maatregelen ter verbetering van geschikte habitats voor waterplanten dragen bij aan de diversiteit van de visstand en de kwaliteit voor macrofauna. Toepassing van duurzame visserij is gericht op een blijvend economisch rendement, een evenwichtiger samenstelling van de vispopulatie, voldoende prooivisaanbod voor visetende watervogels en minimale sterfte van vogels in de netten. Ook de aanleg van de vispassages in kunstwerken om de vistrek naar het omliggende gebied te bevorderen dragen in belangrijke mate bij aan de kwaliteitsverbetering van het ecosysteem.

Aanpak slibproblematiek in het Markermeer

De bodem van het Markermeer is voor een groot deel afgedekt met een deken van fijn slib. Door wind en golfslag is het water vaak troebel door opwoelend slib. Dit vormt een bedreiging voor diverse waterorganismen en waterplanten, waardoor paai- en opgroeigebied voor vis en het voedselaanbod voor vogels onder druk staat. Aanleg van eilanden met behulp van dit slib met natuuroevers (de Markerwadden) bevorderen de helderheid van het water, waardoor waterplanten, mosselen en vis beter zullen gedijen.

Aanleg en onderhoud van overgangen van land naar water

In het IJsselmeergebied zijn weinig natuurlijke moeras- en oeverzones aanwezig, doordat op veel plaatsen de overgangen tussen dijk en het water steil zijn. De uitbreiding van ondiepe zones wordt bespoedigd door aanleg van eilandjes en het uitbreiden van ondiepe zones in de randmeren.

Terugdringen van nutriëntenbelasting

De gehalten aan nutriënten in IJsselmeer en Markermeer worden voornamelijk bepaald door vrachten uit het buitenland. Daarnaast is de belangrijkste bron voor nutriënten de belasting vanuit agrarische gebieden en het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het landelijk beleid voor de agrarische emissies gericht op het halen van de doelen van de Nitraatrichtlijn, is vastgelegd in het 5e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2014 – 2017). In het Deltaplan Agrarisch Waterbeer (DAW) staat beschreven hoe de land- en tuinbouw kan bijdragen aan het oplossen van de wateropgaven, in combinatie met het versterken van de land- en tuinbouw. In het IJsselmeergebied wordt gekeken waar de belasting vandaan komt en welke maatregelen gericht genomen kunnen worden.

Terugdringen van vervuilende stoffen

Het beleid voor de (chemische) waterkwaliteit is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Het kabinet hecht groot belang aan het halen van de ecologische en chemische KRW-doelstellingen en aan het bestrijden van nieuwe stoffen die de chemische waterkwaliteit beïnvloeden, zoals geneesmiddelen en microplastics. Begin 2016 is hiervoor een gezamenlijk werkprogramma Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater opgesteld.

Het kabinet heeft de volgende opgaven voor stofgroepen geformuleerd:

  • In 2023 moet de emissie van gewasbeschermingsmiddelen zodanig verminderd zijn, dat de normoverschrijdingen met 90% zijn afgenomen (Nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst - 2de nota Gewasbescherming).
  • Het terugdringen van de belasting van geneesmiddelen wordt via een ketengerichte benadering - bij de bron, bij voorschrijven gebruik en in de afvalfase – aangepakt.
  • Plastic zwerfvuil (microplastics) moet zo vroeg mogelijk in de keten teruggedrongen worden om te voorkomen dat dit in het milieu terecht komt (Kunststofketenakkoord). 
  • Landelijke maatregelen om emissies van verontreinigingen terug te dringen loopt via het brongerichte spoor via vergunningen en algemene regels. Dit geldt zowel voor stoffen met een kwaliteitseis voor de KRW (Besluit Kwaliteitsdoelstellingen en Monitoring Water en de onderliggende Ministeriële regeling monitoring) als voor  overige stoffen die lokaal de waterkwaliteitsnormen kunnen overschrijden en voor ‘zeer zorgwekkende stoffen’ met ernstige gevaarseigenschappen (Handboek wet- en regelgeving Waterbeheer), waarvan de restlozing continu verdergaand geminimaliseerd moet worden. 

Bescherming van de drinkwaterzone

Op basis van het Uitvoeringsprogramma van het gebiedsdossier voor drinkwater, voert Rijkswaterstaat in samenwerking met de gebiedspartners onderzoek uit naar de risico’s van scheepvaart in de drinkwaterbeschermingszone en naar mogelijke preventieve en curatieve maatregelen ter beheersing van de risico’s. Daarnaast wordt onderzoek uitgevoerd naar de regionale bijdrage aan de toename van stoffen die de kwaliteitseisen uit de drinkwaterregeling overschrijden.

Samenhang met andere functies van het IJsselmeergebied

  • De maatregelen die genomen worden voor de aanleg van eilandjes, ondiepe zones en overgangen van land en water dienen ook de doelen van Natura 2000.
  • Maatregelen in het kader van duurzame visserij zijn van invloed op het economische belang voor de beroepsvisserij.
  • Bescherming van de drinkwaterzone kan leiden tot het nemen van extra maatregelen voor de scheepvaart om risico’s van contaminatie (vervuiling) te voorkomen.
  • Een goede waterkwaliteit is van groot belang voor recreatie en toerisme. Aandachtspunt in de afweging van waterkwaliteit en recreatie is het al of niet maaien van waterplanten. Rijkswaterstaat houdt alleen de vaargeul vrij van waterplanten voor zover deze hinder veroorzaken voor het scheepvaartverkeer.

Projecten om de gesteldheid van het water te verbeteren

Midden-Nederland heeft voor het IJsselmeergebied een groot aantal maatregelen opgesteld om de bovengenoemde opgave voor waterkwaliteit aan te pakken. De inrichtingsmaatregelen worden bijgehouden op een projectenkaart Omgeving IJsselmeergebied (MN, 2016). 

Belangrijke projecten zijn:

  • Toepassen duurzame visserij: door alle betrokken partijen is een Masterplan Visserij opgesteld om de visstand te verbeteren. Een belangrijk punt in de aanpak is de vermindering van de beroepsvisserij. In eerste instantie is een reductie van de visvangst beoogd door de omvang van de netten met 85% te verminderen.
  • Vispassages kunstwerken: op een groot aantal locaties in het IJsselmeergebied worden vispassages aangelegd om de vistrek naar het omliggende gebied te bevorderen. Voor de Afsluitdijk wordt binnenkort een definitief besluit genomen over de aanleg van een vismigratierivier, waarbij trekvis eenvoudiger van zout naar zoet water en vice versa kan passeren.
  • Markerwadden: de aanleg van natuureilanden in het Markermeer. Voor de aanleg van de eilanden wordt het aanwezige bodemslib gebruikt. Luwtes en minder aanwezigheid van slib  zal resulteren in helderder water, waardoor herstel van het ecosysteem plaats kan vinden.
  • Inrichting ondiepe zones randmeren en Zwarte Meer: aanleg van eilandjes in het Zwarte Meer en Ketelmeer voor het uitbreiden van ondiepe zones ten behoeve van waterplanten en vissen. Door de eilanden met riet te beplanten dient dit tevens een Natura 2000 doel. In de Randmeren worden nat/droog overgange gecreeërd om ontwikkelingsmogelijkheden voor waterplanten te bevorderen. In het Reevediep worden grote arealen rietmoeras ingericht.
  • Terugdringen van de nutriëntenbelasting: in het IJsselmeergebied wordt het terugdringen van nutriëntenbelasting aangepakt via vergunningverlening. Het opstellen van water- en stoffenbalansen, aangevuld met onderzoek naar het uitslaan van voedselrijk water en nalevering van nutriënten uit de waterbodem, moet bijdragen aan het gericht kunnen nemen van maatregelen. Maatregelen voor het terugdringen van nutriënten moet ook bijdragen aan de vermindering van de overschrijding van ammonium.
  • Terugdringen van vervuilende stoffen: landelijk onderzoek naar de herkomst van de normoverschrijdende specifieke verontreini gende stoffen, het achtergrondgehalte van metalen en naar mogelijke maatregelen tegen lozingen, emissies en verliezen. In het IJsselmeergebied gaat het om de stoffen benzo(a)anthraceen en metalen kobalt, zink, uranium en seleen.

Literatuur