Visserij

Betekenis van het IJsselmeer voor beroeps- en sportvisserij

Het IJsselmeer/Markermeer/IJmeer (hierna IJsselmeer) was tot eind jaren tachtig een rijke visgrond waar de beroepsvisserij naast aal, ook schubvis onttrok. Er vond ook een behoorlijke sportvisserij plaats. Het ecosysteem is nog steeds niet stabiel (er zijn nog steeds effecten van de aanleg van Afsluitdijk) en met de vermindering van eutrofiëring van het water, de opkomst van exoten en de visserijdruk, zijn de commerciële visbestanden sinds de jaren negentig sterk gedaald en in soortensamenstelling veranderd. Het aalbeheerplan heeft de vangsten van schieraal aan banden gelegd. De laatste jaren is er een opmerkelijke stijging van de vangsten van de wolhandkrab, een exoot met grote marktwaarde.

Het aantal beroepsvissers is teruggelopen. Er zijn maatregelen genomen om de vangstcapaciteit te beperken, maar op dit moment is de (potentiële) vangstcapaciteit hoger dan de visbestanden in het gebied aankunnen. Er zijn in totaal ruim 70 beroepsvissers met vergunning, waarvan er ca. 45 actief zijn en maar 5 à 10 bedrijven echt voor hun inkomen volledig afhankelijk zijn van de visserij. De sportvisserij is teruggelopen tot ca. 20.000 vistrips per jaar. Bij een betere of andere visstand is er een grote groeipotentie voor de sportvisserij.

Vergunningen

Op het IJsselmeer hebben sport- en beroepsvissers van de eigenaar van het water (de Staat) privaatrechtelijke toestemming nodig om te mogen vissen. De sportvissers mogen 2 snoekbaarzen en 5 baarzen onttrekken per vistrip, de overige gevangen vis moeten ze terugzetten. De beroepsvissers hebben het recht om zowel aal als schubvis te onttrekken.

Visserijwet

Voor de beroepsvisserij geldt een vergunningplicht op grond van de Visserijwet: alleen vergunninghouders mogen vissen met de aantallen vistuigen die zijn genoemd in hun vergunning. Deze vergunning wordt jaarlijks verleend door het ministerie van Economische Zaken. 

Natuurbeschermingswet

Beroepsvissers hebben voor de visserij met het tuigtype ‘staand want’ eveneens een vergunning nodig op grond van de Natuurbeschermingswet. De provincies Friesland en Flevoland zijn daarvoor het bevoegd gezag en verlenen deze vergunning jaarlijks. Daarbij wordt getoetst of visserij al dan niet een significant effect heeft op de instandhoudingstoelen van het Natura2000-gebied.

Overige bepalingen

De visserij op spiering wordt evenwel al enkele jaren niet meer toegestaan; noch onder de Visserijwet, noch onder de Natuurbeschermingswet.

In 2014 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken een bestuurlijk akkoord bereikt over de transitie van de schubvisvisserij met de beroeps- en sportvissers, provincies Friesland, Flevoland en Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Stichting Het Blauwe Hart en Vogelbescherming Nederland. Afgesproken is onder meer dat de schubvisvisserij moet verduurzamen en dat gestreefd wordt naar herstel van de schubvisbestanden. De sturing hierop vindt plaats via een Bestuurlijk Overleg tussen genoemde partijen onder voorzitterschap van de staatssecretaris van Economische Zaken. Met ingang van 1 juli 2014 is de visserijcapaciteit van de beroepsvissers via hun schubvisvergunningen sterk beperkt: het aantal staande netten dat vissers mogen gebruiken is gereduceerd met 85%, het aantal zegendagen is teruggebracht tot 7 dagen per zegenvergunning, er is een verbod ingesteld op zegenvisserij in havens en er wordt geen vrijstelling meer gegeven voor het vissen met grote fuik met ruif in de winter.

Opgave: naar een duurzame visserij

De belangrijkste opgave op het gebied van visserij is het vormgeven van de transitie van de beroepsvisserijsector naar een duurzame visserij, waarbij de vangstcapaciteit in evenwicht is met het oogstbare schubvisbestand. Concreet gaat het daarbij om:

  • Zorgen voor een beheersysteem waardoor de uitgeoefende visserij past bij het aanwezige schubvisbestand. Daarvoor gelden twee opgaven: het verder vergaren van kennis over de ontwikkelingen van de schubvisbestanden en het implementeren van een adequaat sturingssysteem;
  • Aanjagen van een transitie van de visserijbedrijven, waarin diverse factoren aandacht behoeven:
    • Een transitie naar maatschappelijk verantwoord ondernemen waarin o.m. transparant is wat bedrijven doen (wat wordt op welke manier gevangen);
    • Een verkenning van andere verdienmodellen om zoveel mogelijk meerwaarde te creëren met de vis die wordt gevangen danwel op andere manier dan door visonttrekking meerwaarde te creëren (andere diensten);
  • Verkennen van meekoppelkansen met andere ontwikkelingen in het gebied, zodat slim wordt geschakeld en bijvoorbeeld bij werken die de visserijruimte beperken direct wordt meegeregeld dat de visserijdruk op de resterende visserijruimte niet toeneemt.

De Stichting Transitie IJsselmeer heeft aangegeven te willen werken aan voorstellen voor het realiseren van een economisch rendabele beroepsvisserij met een vangstcapaciteit die past bij de draagkracht van het natuurlijk systeem in het IJsselmeer. Vanuit een onafhankelijke positie wil zij bijdragen aan een oplossing voor de problematiek. In dat verband is de Stichting diverse trajecten gestart, waaronder een proces om te komen tot een gezamenlijk beeld van de relatie tussen veranderingen in het ecosysteem en de visserij. Ook werkt de Stichting met een groep visserijbedrijven aan een houtskoolschets waarmee de eigen verantwoordelijkheid van de sector bij de transitie wordt vormgegeven.

Gemaakte keuzes: Visserijwet

De sturing van de visserij vindt plaats op basis van de Visserijwet. Voor het overleg hierover is een proces ingericht: het Bestuurlijk Overleg IJsselmeer dat 3x per jaar bijeenkomt.

Samenhang met andere functies van het IJsselmeergebied

  • Ruimtelijke ingrepen, zelfs als deze beogen de visstand of ecologie te verbeteren, hebben een directe impact op de visserijdruk in het resterende deel van het visgebied (hetzelfde aantal vissers op een kleiner stuk water). Het is belangrijk daar expliciet rekening mee te houden bij de besluitvorming daarover zodat er geen onbedoelde neveneffecten optreden.
  • Er liggen meekoppelkansen met recreatie en visserij. Sowieso is er een groot potentieel voor groei van sportvisserij als het gebied interessanter zou worden. Daarnaast kunnen beroepsvissers mogelijk diensten verrichten voor de recreatie.
  • De beroepsvisserij op het IJsselmeer heeft cultuurhistorische  waarde en vergroot de levendigheid in de kustplaatsen.

Projecten op het gebied van visserij

  • Aanleg Marker Wadden
  • Aanleg Vismigratierivier
  • Versterking Friese kust 
  • Glooiende oevers langs de dijken (diverse projecten)
  • Onderzoek naar vistuigen die een gerichte visserij op wolhandkrab mogelijk maken zonder onaanvaardbare bijvangst van schubvis.

Literatuur