Natuur

Natuurwaarden met internationale betekenis

De Zuiderzee was lang een ondiep brak-zout getijdengebied van overstromingsmoerassen. Een lange geul verbond de IJssel met de zee. Met de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 veranderde de Zuiderzee langzaam maar ingrijpend in een groot, zoet binnenmeer, het IJsselmeer. Door de Flevopolders werd het meer kleiner. De Houtribdijk scheidt het Markermeer van het IJsselmeer.

Het IJsselmeergebied heeft natuurwaarden van internationale betekenis. De belangrijkste internationaal erkende natuurwaarden van nu in dit gebied zijn de broedvogels zoals roerdomp, lepelaar en visdief en de duikeenden en zaagbekken in de winter. Het is een groot, tamelijk ondiep zoetwatermeer, dat grotendeels begrensd is door dijken en dammen. Wat betreft de ecologische betekenis is de openheid en de grootschaligheid van het gebied van groot belang. Zeer grote aantallen watervogels fourageren en ruien hier, in het bijzonder viseters en vogels die hun voedsel op de bodem van het meer zoeken. Ondieptes en buitendijkse droge gronden zijn vooral aanwezig langs de Friese kust, waar velden waterplanten en veenmoerasrietlanden voorkomen.

Ontwikkelingen na afsluiting Zuiderzee

Na de afsluiting van de Zuiderzee verzoette het IJsselmeer binnen een tijdsbestek van twee jaar. Het huidige IJsselmeer omvat vooral het meest dynamische deel van de voormalige Zuiderzee, namelijk het gedeelte waar het IJsselwater afboog in de richting van de Waddenzee. Daardoor is het sediment voornamelijk zandig en waren in het westelijke deel van het gebied aanvankelijk diepe stroomgeulen aanwezig, die wel negen meter diep waren. Inmiddels heeft zich daarin een twee tot drie meter dikke laag slib afgezet. Gemiddeld is het meer ongeveer 4,5 meter diep. 

Het streefpeil is vastgesteld op -40 cm in de winter en -20 cm in de zomer. Het water wordt voor 80% aangevoerd door de IJssel en heeft een verblijftijd van 3,5 tot 5 maanden. Vooral in het voorjaar kan het redelijk helder zijn. Omdat de hoeveelheid voedingsstoffen in het water is afgenomen, treedt de laatste vijftien jaar vaker voedselbeperking voor de algengroei op, waardoor het water vooral in het voorjaar aan helderheid heeft gewonnen.

Ruim tachtig jaar na de afsluiting heeft het gebied nog steeds geen natuurlijk evenwicht bereikt. Daarnaast zijn er slibproblemen in het Markermeer. De hoeveelheid vis neemt sinds 1980 sterk af; de soortenrijkdom aan vis is daarentegen toegenomen. De afname van de hoeveelheid biomassa aan vis komt onder meer doordat het water steeds minder rijk aan voedsel is. Daarnaast heeft de bevissing ertoe geleid dat het aantal grote vissen is afgenomen. De aanwezigheid van de Quaqqamossel, een nieuwe exoot, leidt ertoe dat er minder eten is voor de vis. De stijgende temperatuur van het water is nadelig voor spiering, een vissoort die voedsel is voor grotere vissen.

Watervogels

Met betrekking tot de natuurwaarden van het IJsselmeer springen allereerst de watervogels in het oog. Door de schaal van het gebied in combinatie met de beperkte diepte komen verscheidene soorten naar het gebied, vooral viseters en bodemfaunaeters. Onder de viseters gaat het om fuut, aalscholver, nonnetje, grote zaagbek, dwergmeeuw, visdief en zwarte stern. Voor veel van deze vogels is het IJsselmeergebied het belangrijkste gebied in Nederland. De afname van spiering (als gevolg van een complex van factoren) heeft zijn weerslag gehad op de aantallen vogels. Recreatiedruk is mogelijk een oorzaak voor het verdwijnen van grote ruiconcentraties van vooral de fuut. Nieuwe broed- en pleisterplaatsen met voldoende rust (vogeleiland de Kreupel) hebben een positieve invloed op de vogelstand. Naast broeders van de kale grond, zoals kluten en plevieren, maakten ook aalscholvers en visdieven gebruik van de hier geboden nieuwe mogelijkheden.

Kuifeend, tafeleend, toppereend en brilduiker voeden zich vooral in de wintermaanden vrijwel uitsluitend met driehoeksmosselen. Na een sterke toename eind jaren tachtig, namen de aantallen vogels weer af door verbetering van de situatie in de Waddenzee en als gevolg van het ecologisch herstel in de Veluwerandmeren.

Planteneters profiteerden in het IJsselmeer van een toename van de waterplanten langs de Friese kust, die te danken is aan het verbeterde doorzicht van het water in het voorjaar. Vooral zwanen namen in aantal toe. Veel van de overige faunawaarden zijn geconcentreerd langs de Friese kust, zoals broedvogels van moeras en grasland (snor, rietzanger, porseleingoed en kemphaan, maar ook meervleermuis en Noordse woelmuis). De populatie van de Noordse woelmuis is sterk gekrompen en versnipperd als gevolg van verslechtering van de habitatkwaliteit (verdroging).

Impressie Marker Wadden vanuit de lucht

Impressie MarkerWadden

Andere fauna, en flora

Het IJsselmeer vormt een belangrijk doortrekgebied voor diverse soorten trekvogels en is in potentie een belangrijk paai- en opgroeigebied voor estuariene vissoorten. Toenemende aantallen van de zeeforel, rivierdijk en zeeprik weten de route naar het IJsselmeer te vinden. Dat geldt ook voor verdwenen soorten, zoals de grote marene en de houting, die dankzij buitenlandse herintroductieprogramma’s weer voorkomen.

De botanische kwaliteiten van het IJsselmeer zijn langs de Friese kust geconcentreerd. In het water is de ondergedoken vegetatie goed ontwikkeld; het is divers en niet gedomineerd door kranswieren. Hier en daar zijn nog enkele soorten te vinden die verwijzen naar het zilte verleden. Op het droge zijn meer zoutrelicten te vinden, maar door de voortschrijdende ontzilting zijn deze soorten op hun retour. Op de harde oevers langs het IJsselmeer is een zonering te vinden van wieren en korstmossen, waar ruiende knobbelzwanen zich plachten te voeden. De grootste botanische waarden vormen de graslanden, moerassen en ruigten van de aanwezige buitendijkse delen. In de buitendijkse waarden komen rietlanden en ruigten voor, soms uitgestrekt of drassig. De hydrologische omstandigheden en daarbij behorende plantengemeenschappen komen hier voor bij de gratie van het vastgestelde waterpeil. Een grotere peildynamiek zal een bedreiging vormen voor de moerassoorten, maar zal de meer oevergebonden gemeenschappen en de overgangszone van land naar water juist verrijken.

(Nog) geen natuurlijk evenwicht

Het IJsselmeergebied is een complex systeem waar natuur, waterveiligheid, zoetwatervoorziening, recreatie en visserij nauw met elkaar samenhangen. Het systeem is nog volop in beweging. Na de grote waterbouwkundige ingrepen uit de 20e eeuw is er (nog) geen evenwicht ontstaan. Daarnaast zijn er steeds veranderingen in inrichting, gebruik, beheer en belasting met nutriënten. Ook de klimaatverandering heeft invloed. Deze veranderingen werken door in het systeem. De menselijke invloed op het ecosysteem van het IJsselmeergebied is groot.

Natuurbeheer en -ontwikkeling wordt geregeld via de Natura 2000 doelstellingen. Het IJsselmeergebied kent 6 Natura 2000 gebieden: 

  • IJsselmeer;
  • Markermeer-IJmeer;
  • Eemmeer & Gooimeer;
  • Veluwerandmeren;
  • Ketelmeer & Vossemeer;
  • Zwarte Meer.

Voor al deze gebieden worden binnenkort de ontwerpbeheerplannen vastgesteld. Rijkswaterstaat is voortouwnemer voor de beheerplannen voor het IJsselmeergebied. Na het vaststellen van de ontwerpbeheerplannen worden deze ter inzage gelegd en kunnen belanghebbenden hun zienswijze hierop kenbaar maken. Na behandeling van de zienswijzen worden de beheerplannen definitief vastgesteld.

Opgave voor natuur

De natuuropgave bestaat uit de instandhoudingsdoelen in het kader van Natura 2000: behoud, uitbreiding of verbetering van kwaliteit. Het regulier beheer wordt door Rijkswaterstaat verzorgd.

In het toekomstbeeld van de Natuurambitie Grote Wateren beschikt het IJsselmeer over veel ondiepten waar grote velden waterplanten gedijen. De ondiepten vormen de basis voor de natuurwaarde van het gebied. Het bodemleven, met onder andere mosselen, is divers en massaal. Allerlei vissoorten bevolken het relatief heldere water en vinden er schuilplaatsen. Daarmee is de onderkant van de voedselpiramide breed en rijk genoeg voor foeragerende vogelsoorten. Door eilanden aan te leggen zijn broedplekken gerealiseerd voor op grond broedende vogels. Drie factoren hebben hieraan bijgedragen: slib, inrichting en peilbeheer.

In het toekomstbeeld is het slibprobleem in het Markermeer succesvol aangepakt; luwtegebieden zijn aangelegd, waardoor het slib kan bezinken. Door slim te baggeren is er minder slib. Het aanwezige slib verzamelt zich in diepere delen, en bezinkt in de luwe gebieden. De aanleg van de MarkerWadden is een doorbraak geweest; mosselen en waterplanten hebben een filterende invloed.

Het IJsselmeergebied is in het toekomstbeeld een goede plek voor vissen. Er is een zoet-zoutverbinding tussen IJsselmeer en Waddenzee en het IJsselmeer en Markermeer zijn voor vissen verbonden. Door de zoet-zoutverbinding is het aantal vissoorten in het IJsselmeer enigszins toegenomen. De meren zijn ook verbonden met het land achter de dijken. Er zijn vooroevers en moerassen, al dan niet drijvend, paaiplaatsen en dekking. Ecologisch baggeren zorgt voor allerlei etages tussen diep en ondiep water. Daardoor zijn allerlei soorten zoetwatervis in alle leeftijdsgroepen aanwezig. Doordat geoogst wordt naar draagvlak van het ecosysteem, wordt dat versterkt.

Ten aanzien van het peilbeheer is in het toekomstbeeld een meer natuurlijker situatie ontstaan, waarbij aan het einde van de winter en nog voor het broedseizoen het waterpeil korte tijd wordt opgezet. In de zomer beweegt het peil mee met regenval en variaties in de wateraanvoer door de IJssel. Deze fluctuatie zorgt voor extra dynamiek en heeft positieve gevolgen voor de natuur.

Het toekomstbeeld uit de Natuurambitie Grote Wateren zorgt voor een meer natuurlijk systeem, waardoor robuuste natuur ontstaat. Voor het toekomstbeeld is het van belang de oppervlaktes van  ondiep water, moeras, droogvallende platen en luwtegebieden te vergroten. Om te zorgen dat vissen en andere waterdieren zich kunnen verplaatsen zoals in het toekomstbeeld, is het nodig verbroken verbindingen te herstellen.

Gemaakte keuzes: beschermen en in stand houden

De aanwijzingsbesluiten en beheerplannen van Natura 2000 geven gedetailleerd aan welke habitats en soorten worden beschermd en waarvan de instandhouding moet worden verbeterd. (Het betreft de Habitatrichtlijnen H3140; H3150; H6430; H7140; H1163; H1318; H1340 en H1903.)

Samenhang met andere functies van het IJsselmeergebied

Het toekomstbeeld vanuit de Natuurambitie heeft de volgende effecten op andere functies en thema’s:

  • Aantrekkelijker voor recreanten en toeristen: netto open oppervlak neemt af, maar ontwikkeling van robuuste en gevarieerde natuur voegt waarde toe.
  • Verbetering van natuurkwaliteiten maakt het woon- en leefklimaat voor bewoners van de omliggende gebieden aantrekkelijker, en dat draagt bij aan een breder sociaal-economisch draagvlak voor de lokale en regionale gemeenschappen.
  • Vissers profiteren van meer soorten vis en een gezonde leeftijdsopbouw per soort. De sportvisserij kan groeien, aangezien er ook voorzieningen worden aangelegd. Voor de beroepsvisserij telt dat de totale biomassa van commercieel te bevissen soorten in het IJsselmeer afneemt. Het aanwezige bestand moeten duurzaam in stand worden gehouden, waardoor oogsten mogelijk blijft. De vangst past binnen de natuurlijke draagkracht van het systeem.
  • Voor de landbouw is de zomerse zoetwatervoorziening van belang. De oppervlakte landbouwgrond neemt iets af door de aanleg van achteroevers, maar het effect daarvan is gering.
  • De Natuurambitie heeft naar verwachting geen effecten voor scheepvaart, industrie, handel en delfstoffenwinning in het IJsselmeergebied.

Natuurprojecten

  • Marker Wadden
  • Vismigratierivier Afsluitdijk
  • Zandwineiland
  • Versteviging Houtribdijk
  • Markermeerdijken

Literatuur