Landschap

Betekenis van het gebied

Het gebied van het huidige IJsselmeer is duizenden jaren in verandering, nl. van land naar water en weer land. Is er na de laatste ijstijd nog sprake van een min of meer aaneengesloten, bewoonbaar gebied (ca. 10.000 v.Chr.) waar nog restanten van zijn, daarna wordt het gebied natter door zeespiegelstijging en ontstaan veenmoerassen, die vervolgens uitgroeien tot grote veenmeren die, vooral in de tweede helft van de 12de eeuw, de omvang van de Zuiderzee krijgen. In de 20e eeuw wordt de Zuiderzee door de Afsluitdijk afgescheiden van de Noordzee en deels ingepolderd: het meer wordt deels weer land. Het landschap van het IJsselmeergebied wordt daarom zowel vanaf het land als vanaf het water beschreven.

Een belangrijke waarde van het gebied zijn de verschillen in de cultuurlandschappen, het ‘oude’ land en het ‘nieuwe’ land, en de vrijwel overal aanwezige sporen van waterstaatkundige ingrepen:

  • Zo is een kunstmatige kustlijn in de vorm van door de mens aangelegde dijken langzaam (bochtig) gegroeid, dan wel in één keer (strak) aangelegd. Voor vrijwel het gehele gebied kenmerkend (alleen Gaasterland, de omgeving van Vollenhove en bij Huizen vormen natuurlijke hoogtes en een licht glooiend landschap de kustlijn). Sluizen en gemalen markeren de overgang van land naar water. De waterstaatkundige functie in het gebied is voorts dominant aanwezig in de vorm van de Afsluitdijk en de Houtribdijk;
  • Van het ‘oude’ land zijn verschillende onderdelen vanwege hun gave karakter en goed herkenbare ontstaansgeschiedenis als waardevol erkend. Arkemheen-Eemland, samen met Zuidwest-Friesland, IJsseldelta, Veluwerand, Nieuwe Hollandse Waterlinie/Stelling van Amsterdam vormen Nationale Landschappen;
  • Een bijzondere categorie van ’oud’ land vormen enkele (voormalige) eilanden, zoals Wieringen, Marken, Urk en Schokland.

In het oude land van Noord-Holland zijn de 17e-eeuwse inpolderingen en droogmakerijen de Purmer, Schermer en Beemster en de middeleeuwse veengebieden met elk hun eigen typische verkavelingspatronen en historische havenstadjes (Hoorn, Enkhuizen) en kronkelige dijken en wegen kenmerkend. De Wieringermeer is ‘nieuw’ land (1930), grootschaliger en rechtlijnig ingedeeld, omgeven door kaarsrechte dijken. In de nieuwe polders van de Noordoostpolder en beide Flevopolders valt vooral de rationele, grootschalige landbouwkundige verkaveling en de rechte dijken op (‘ingenieurskunst’); het zijn ontworpen landschappen. In Friesland zijn zowel veenweidegebieden en meren als zandgebieden en kleine droogmakerijen te vinden. De Randmeren hebben het oude land van Overijssel, Gelderland en Utrecht een ander karakter gegeven, terwijl aan de overzijde van de Randmeren de kustlijn van het nieuwe land te zien is. De kustlijn bestaat op verschillende plekken uit bewoonde punten langs het IJsselmeer: intensief bij Amsterdam, Almere en Lelystad, wat kleinschaliger bij voormalige historische havenstadjes (Hoorn, Enkhuizen, Harderwijk) en nog rustiger bij de dorpen aan de kust.

Een andere belangrijke waarde van het gebied is de beleving van de weidsheid: het grote wateroppervlak van het IJsselmeer wordt als ‘leeg’ en ‘oneindig’ ervaren. Vanaf het water is de strakke lijn van de dijk, afgewisseld met markante silhouetten van historische havensteden, de meest in het oog springende kwaliteit en van grote betekenis voor water- en verblijfsrecreatie en toerisme. Ondanks de grootschaligheid van het wateroppervlakte, zijn er toch verschillen in de maatvoering van de wateroppervlakten te herkennen: het IJ verwijdt zich tot de het IJmeer, Markermeer, IJsselmeer en verder noordwaarts in de Waddenzee en Noordzee.

Kaart met kenmerken van de kusten

Kenmerken van de kusten

Hoe werkt het?

Het landschap is de optelsom en samenhang van de ondergrond en abiotiek, de biotiek (flora en fauna) en de netwerken en functies. De functies en de ligging ervan zijn gerelateerd aan de (historische) ‘logica’, zoals de voor zeilschepen goed bereikbare Zuiderzeehavens. Typerend voor het gebied is de forse en plotselinge verschuiving van functies en landschappelijke kenmerken door de afsluiting van de Zuiderzee en de daarop volgende inpolderingen. Hieronder worden de functies, voor de kustzone, ruimtelijk geduid, voor een inhoudelijke verdieping.

De Friese kust bestaat uit buitendijks gelegen waarden en eilanden met een natuurlijke (moerassen en ruigten) of agrarische (hooiland) functie. Binnendijks – in het door slingerende dijken beschermde open agrarisch gebied - liggen de historische stadjes als Makkum, Workum, Stavoren en Hindeloopen. Het gebied en de historische stadjes met hun historische havens bieden veel gelegenheid voor recreatie en toerisme. Bij Gaasterland ligt het restant van een stuwwal, hierdoor ontstaat een glooiend landschap met bos en akkers, terwijl het overige kustgebied vrijwel uitsluitend weilanden omvat. Er zijn diverse recreatievoorzieningen zoals havens en recreatieparken. Voor het waterbeheer en recreatievaart zijn bij Lemmer, Stavoren, Workum en Makkum gemalen en (schut)sluizen aanwezig naar het achterliggende toeristische vaargebied. Inlaat van het IJsselmeerwater vindt plaats bij Lemmer en Stavoren. Achter de dijken van de Flevolandpolders liggen strak verkavelde landbouwgronden en enkele bossen. De inrichting van de Noordoostpolder is tot in details (denk bijv. aan erfbeplanting) het product van de tekentafel. In Urk is vanuit het (historische) belang van de visserij de grootste visafslag van Nederland aanwezig. Inlaat en afvoer van water uit de polders vindt op meerdere punten plaats, waar het (spectaculaire) peilverschil tussen polder- en IJsselmeerniveau van verscheidene meters zichtbaar wordt. Oostelijk en Zuidelijk Flevoland zijn anders van karakter; functies als recreatie, wonen en ‘natuur’ kregen hier veel meer ruimte, de schaal van de landbouwkavel werd bij elke nieuwe polder groter. In het Ketelmeer is relatief weinig recreatie aanwezig, wel zijn er natuurlijke eilanden en vooroevers en het slibdepot Keteloog. Het (zuid-)westelijk deel van de Flevopolder is meer verstedelijkt door de aanwezigheid van Almere, Lelystad en de luchthaven en snelwegen. De Oostvaardersplassen, gelegen tussen Almere en Lelystad, is een van de grote natuurgebieden van Nederland. Recreatie, in de vorm van jachthavens en recreatiegebieden, is te vinden bij Lelystad en Almere, maar ook veel aan de kant van het oude land, de Randmeren.

Het gebied achter de dijken van het oude land is gevarieerd: geleidelijke overgangen van bosrijke gebieden naar open graslanden. Er zijn veel recreatievoorzieningen met havens en recreatieparken, ook gekoppeld aan de van oorsprong middeleeuwse haven- en vestingsteden als Harderwijk, Kampen, Bunschoten-Spakenburg, Naarden en Muiden met hun historische bebouwing. Het Noord-Hollandse deel van het IJsselmeergebied omvat de kustlijn vanaf Huizen tot en met de Wieringermeerpolder, resp. de randen van het Gooimeer en het IJmeer. Dit gebied wordt plaatselijk intensief bewoond en gebruikt voor (water)recreatie en scheepvaart en infrastructuur (snelwegen) en heeft daarnaast natuurgebieden (Naardermeer, delen van het Gooi) en landbouwgebieden. Ten noorden van Amsterdam ligt een veenweidegebied, doorsneden met waterlopen en een hoog waterpeil in de sloten. Kenmerkend zijn de veel aanwezige houten huizen in de historische kernen. De hele kustlijn is recreatief en toeristisch van groot belang, met concentraties bij de historische Zuiderzeestadjes en havens als Monnickendam, Volendam, Hoorn, Enkhuizen, Wervershoof, Medemblik en het eiland Marken. Meer noordelijk (Westfriesland) is ook akkerbouw (denk aan de Opperdoes aardappel) en bloembollenteelt aanwezig (Corso van Hoogkarspel). In het achterland liggen de beroemde historische en landbouwkundig ingerichte droogmakerijen als de Schermer en de Beemster (Werelderfgoed). De Wieringermeer maakt deel uit van het ‘nieuwe’ land, is rationeel verkaveld en vrijwel volledig voor landbouwkundig gebruik ingericht, de recreatieve waarde is hier minder dan op het oude land.

Opgave

De opgaven voor het IJsselmeergebied zijn:

  • Deltaprogramma: inspelen op een flexibel en 10 cm hoger waterpeil van het IJsselmeergebied. Een aantal buitendijkse recreatieve functies komt regelmatiger onder water te staan (strandjes, campings) of er is meer overlast in de recreatiehavens.
  • De druk op de buitendijkse natuur in Friesland, en op langere termijn ook in de IJssel-Vechtdelta en op enkele plaatsen langs de Noord-Hollandse en Utrechtse kust, neemt toe. Er vindt meer erosie plaats door verkorting van land-waterovergangen en planten komen vaker onder water te staan. In de laaggelegen gebieden zal meer grond- en kwelwater overlast voorkomen. Lokaal overlast voor buitendijkse functies.
  • HWBP: dijkversterkingen. Is het mogelijk de ruimtelijke kwaliteit te behouden en zo mogelijk te versterken?
  • Vormgeven van de opgave voor de opwekking van duurzame energie.
  • Autonome plannen en visies, samenhangende ruimtelijke opgaven.

Gemaakte keuzes

Besluitvorming van verschillende overheden heeft impact op het landschap. Hieronder volgt een overzicht van beleidsdocumenten en besluiten die genomen zijn:

  • Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
  • De nieuwe Omgevingswet
  • Rijksstructuurvisie voor het Rijk Regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM)
  • Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021 (concept sept. 2014)
  • Deltaprogramma met deelprogramma’s, Deltaprogramma IJsselmeergebied
  • Kustversterkingsprojecten i.h.k.v. van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP 1 en 2) Dijkversterking Houtribdijk (gereed 2019)
  • Project Afsluitdijk (gereed 2021)
  • Toekomstagenda Markermeer en IJmeer (TMIJ) (onderdeel RAAM, Rijksbesluiten Amsterdam-Almere-Markermeer, nov. 2009)
  • Structuurvisie Windenergie op Land (WOL)
  • Provinciaal beleid:
    • Omgevingsvisie Gelderland (2015)
    • Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) Utrecht
    • Structuurvisie Noord-Holland 2040
    • Omgevingsplan Flevoland 2006
    • Streekplan voor Fryslân 2006
    • Omgevingsvisie Overijssel 2009
    • Lokale initiatieven en plannen

Samenhang

Landschap is de optelsom van ruimtelijke ontwikkeling; er is een relatie met alle ruimtelijke functies:

  • waterveiligheid (Deltaprogramma, HWBP)
  • recreatie
  • verstedelijking, wonen-werken en infrastructuur
  • energie
  • visserij
  • cultuurhistorie en archeologie (erfgoed)

Projecten

Kaart van samenhangende ruimtelijke opgaven
Legenda samenhangende ruimtelijke opgaven

Samenhangende ruimtelijke opgaven

Literatuur

  • Atlas van het IJsselmeergebied, Deltaprogramma IJsselmeergebied, 2010
  • Kwaliteitskader IJsselmeergebied, in opdracht van College van Rijksadviseurs; Strootman landschapsarchitecten bv, 2013 (maakt gebruik van veel andere studies)
  • Ruimtelijke Kwaliteit IJsselmeergebied; onderzoek naar kernkwaliteiten en identiteiten van het IJsselmeergebied ten behoeve van het project Beleidskader IJsselmeergebied, Bosch en Slabbers, 2008
  • Atlas van Nederland in het Holoceen, landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Vos, P.C. cs, 2011
  • ‘Samenhang landschap in beeld’, Briefadvies ‘Landschapsbeleid Provincies’ van Rijksadviseur Landschap en Water prof. Eric Luiten aan prof. Van Dijk, voorzitter van de Bestuurlijke advies commissie Vitaal Platteland van het Interprovinciaal Overleg (IPO).
  • Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit IJsselmeergebied (H+N+S landschapsarchitecten)